7e Graad

Als je vrijmetselaren naar hun 7e graad vraagt, zullen ze je niet gek aankijken. Ze zullen je in hun gebouw meevoeren naar een lokaal waar zich een tapkast bevindt – een bar dus. Er staan wat gemakkelijke stoelen, of een bank, en soms een sta-tafel waar bierdrinkers tegenaan kunnen leunen.

Hoe komen de vrijmetselaren aan die malle naam, de Zevende Graad? Daarvoor is het goed te weten dat vrijmetselaren niet alleen plechtig kunnen zijn, maar ook wel wat zelfspot bezitten. Dat moet ook wel als je je voorzitter aanspreekt met Achtbare Meester (in het Engels is het nog erger, Worshipful Master alsof je die man zou moeten aanbidden). De broeder die de CD-speler in de tempel bedient wordt Broeder van Talent genoemd en de grootmeester heet Hoogeerwaarde. Dat zijn grote woorden… dan is een beetje zelfspot wel nodig.

Die zelfspot heeft zich ook uitgestrekt tot de naam van hun dranklokaal. De vrijmetselarij kent vele graden die in gewone loges tot 3 en in de hogere graden tot wel 33 op kunnen lopen (in Amerika zelfs tot 99, maar ja in Amerika is alles veel groter).

Met de uitdrukking de zevende hemel in gedachten, zullen ze hun gradenstelsel uitgebreid hebben tot de zevende graad voor de ruimte waar ze gelukkig kunnen zijn met hun borrel, bittertje of biertje.

Zevende Graad? Een gewoon woord dus?